
Na een hete droge zomer ademt het bos een zucht van verlichting. Maar er is wel schade. Op deze foto vanuit het zomerhuisje zie je dat de beuken (de bovenrand van het groen) nog maar heel mager in het blad zitten.
Eigenlijk zouden volwassen beuken die samen een beukenbos even weinig licht moeten doorlaten als de tamme kastanje die je rechts onderin het beeld ziet.
De tamme kastanje komt met de toenemende hitte en droogte steeds meer in zijn element in ons bos. Dit exemplaar wordt klein gehouden omdat hij dicht bij het huisje staat, maar dat is een arbeidsintensief project geworden, zoveel levenskracht zit er in deze boom.
En dan moet je weten dat hij er al minstens sinds de jaren tachtig staat en tot tien jaar geleden regelmatig door mij tot aan de grond toe is afgezaagd.
Linksonder zie je de treurig mager bebladerde vlier. Hij heeft gebloEid en draagt vruchten, maar ook een vlier zou veel minder licht moeten doorlaten – zou dikker in het blad moeten zitten.
Voor deze vlier is dat overigens ook verklaarbaar zonder klimaatverandering: sinds we aan de zuidkant een paar beuken hebben laten omhalen staat hij te veel in het zonlicht. Daar houden vlieren niet van.